Creatie van Ezeltje Strekje-muntjes

Huppelend loopt een klein meisje met euromuntjes in haar hand naar een grote sokkel waarop een ezel staat. Bij zijn achterwerk staat een groepje mensen te wachten tot het stenen dier balkt. Iaaaa, iaaaa, zijn staart gaat omhoog en het groepje wordt ongeduldig en gespannen. Een zoevend geluid, een plof, een voorwerp vliegt door de lucht en glijdt tussen grijpgrage handen door. Een goudkleurig schijfje klettert en stuitert op de stenen van het plein. Kleine handjes grissen het muntje van de grond. Het kleine meisje voelt zich, kijkend naar de afbeeldingen op de munt, als een koningin zo rijk. Een tafereeltje dat zich die dag nog vele malen zal herhalen...


In de Efteling

Al sinds Ezeltje Strekje in de Efteling staat (1956) 'poept' de ezel muntjes uit. In het begin gebeurde dit nog in de oude speeltuin vlakbij Het Witte Paard, in 1984 is de ezel verplaatst naar de huidige plek bij het Herautenplein in het Sprookjesbos. Tot 1999 stond de ezel in zijn eentje op het plein om het sprookje 'Ezeltje strek je! Tafeltje dek je! Knuppel uit de zak!' uit te beelden. Met de komst van "Herberg de Ersteling" werden ook de twee andere magische elementen uit het sprookje uitgebeeld.

Een gouden traktatie
Zodra de bezoeker vijftig eurocent in het gleufje van de automaat stopt, begint het schouwspel van dit sprookje. Na enkele seconden schiet een goudkleurig muntje door de lucht dat de bezoeker mee naar huis mag nemen. Voor de extra spanning en verrassing bevatten de muntjes diverse afbeeldingen.
Wat minder bekend is, is dat Ezeltje Strekje in het begin muntjes poepte van chocolade. De munten waren vergelijkbaar met de huidige chocolademunten die in de Sinterklaastijd verkrijgbaar zijn. De fabrikant van deze munten was de firma Ringers. Begin jaren '70 zijn de muntjes vervangen door de plastic variant die we tegenwoordig kennen. De kleur is altijd goud geweest, hoewel het oppervlak van de munt in de loop der jaren wel is veranderd van troebel naar glanzend.

Wat misschien niet iedereen weet is dat de muntjes van tegenwoordig, zonder de verschillende gespoten lagen, van wit of zwart plastic gemaakt zijn. Hoewel de muntjes in het Brabantse attractiepark te verkrijgen zijn, worden ze helemaal niet in die buurt geproduceerd. De muntjes worden namelijk al 25 jaar door een bedrijf in het Noord-Hollandse Alkmaar gemaakt en vervolgens verreden naar de Efteling. Aan deze reis gaat nog heel wat vooraf. Wij nemen jullie mee in het productieproces. Van het allereerste stukje plastic tot de uiteindelijke munt die wordt uitgepoept door Ezeltje Strekje.

Vormgeven van de munt
Het hoofdingrediënt van de munt is plastic (granulaat). Dit plastic bestaat in het begin uit een hoop losse korrels dat voortkomt uit gerecycled materiaal. Dit lijkt dus in de verste verte niet op de uiteindelijke munt. Het materiaal wordt in een machine gegooid, die verschillende vormen kan maken met behulp van een mal. Er zijn in totaal tien verschillende muntjes te verkrijgen. Deze worden altijd in één keer gedrukt aan de hand van de gebruikte mal. De mal bestaat uit twee helften waar in het midden een lange verticale ruimte zit met aan elke zijkant plek voor 5 verschillende muntjes. Tijdens het maakproces worden de mallen tegen elkaar gedrukt en wordt er heet plastic van circa 200 graden Celsius in gespoten, dat een paar seconden nodig heeft om te stollen. Als dit is gebeurd, worden de twee helften van de mal weer uit elkaar gehaald en vallen de muntjes op een lopende band. In principe is de originele 'kleur' van het plastic zwart en soms wit, maar er kunnen met deze machine ook kleuren worden toegebracht. Voor de muntjes heeft dat geen invloed aangezien ze worden bespoten in een later proces, maar deze machine wordt ook gebruikt voor producten buiten de Efteling die dat bijvoorbeeld wel nodig hebben.

       



De cilinders
De muntjes worden verzameld in een grote doos en als deze vol zit, gaat het naar een volgende afdeling. Hier komen meerdere dozen met munten samen waarbij de muntjes op een lange horizontale cilinder worden geplaatst. Deze cilinder is ongeveer 1.50 meter lang en bevat kleine pinnetjes waarop de muntjes worden bevestigd. Dit wordt gedaan door twee kleine pinnetjes in het kleine gaatje van een munt te steken waardoor hij wordt vastgeklemd. Het kleine gaatje dat in elke munt zit wordt dus hier voor gebruikt en is dus niet bedacht om hem later aan een ketting te hangen. Op elke cilinder passen zo'n 92 muntjes en ze worden allemaal met de hand bevestigd. Omdat de muntjes nog langs verschillende locaties moeten om zich om te toveren tot de uiteindelijke munt is het van belang dat ze goed worden vastgeklemd op de cilinder. In een later proces zijn er meerdere spuitbeurten nodig, waarbij het goed vastzitten van de munt van belang is.

       

Aanbrengen van de glanzende laag
Als er uiteindelijk een cilinder klaar is, wordt deze op een grote kar geplaatst. Op deze kar komen zo'n dertig cilinders samen van elk 92 muntjes. In totaal hangen er dus zo'n 5520 munten bij elkaar op één kar. Gemiddeld worden er twee karren per week verwerkt, ruim 11.000 muntjes dus. Na het plaatsen van de muntjes op de cilinders gaan de karren naar de volgende ruimte. In deze ruimte krijgen de muntjes hun glanzende laag. De glanzende laag is er niet alleen voor de sier, maar ook om ze een hechtende en beschermende laag te geven. In feite dus een grondlaag waar straks de zilveren en gouden verf beter aan blijft kleven. Doordat de laag transparant is, hebben de muntjes op dat moment nog hun oorspronkelijke plastic kleur. In de spuitruimte waar de cilinders hangen, draaien zij om hun as en krijgen zo gelijkmatig de transparante laag. Dit gebeurt normaal gesproken automatisch, maar er is ook de mogelijkheid om dit met de hand te spuiten. Na dit proces moeten ze een tijdje drogen. Op dat moment is het troebele oppervlak van het plastic veel minder geworden en hebben ze hun glimmende uiterlijk gekregen.

     

De gouden laag
Na het aanbrengen van de hechtende transparante laag en het drogen gaan ze eindelijk het laatste stadium in voordat ze echt een originele Ezeltje Strekje-munt worden. Ze krijgen namelijk hun bekende gouden uiterlijk, maar niet voordat er eerst nog een tweede grondlaag op wordt gespoten. Deze laag is zilver. Een aantal cilinders gaat voor dit laatste proces in een spuitcabine. Hier draaien de cilinders wederom om hun as én ze draaien ook nog in de spuitcabine in een cirkel. Op deze manier wordt de verflaag zo veel mogelijk gelijkmatig verspreidt. Het kan voorkomen dat de verf niet helemaal goed aan de binnenkant van de munt kan komen (de kant die naar de staaf van de cilinder staat). Daardoor is het mogelijk dat die kant dus iets bleker lijkt dan de andere kant van de munt. Het proces om de zilveren laag aan te brengen duurt een paar minuten. Na deze spuitbeurt moeten ze even drogen om vervolgens hun laatste en uiteindelijke verflaag te krijgen. Eindelijk krijgen ze dan hun gouden kleur en na het drogen zijn ze klaar om verreden te worden naar De Efteling. Inmiddels staan er weer nieuwe munten te wachten om het hele traject weer mee te maken, zodat Ezeltje Strekje altijd voldoende heeft om te belonen.

       

Met dank aan
W.N.K. Bedrijven
Egmond Plastic
De Efteling
Ton Snoeren

Artikel
Martijn Snoeren
Maarten Fest


 
 
 
 
Beeldbank :: Videobank :: Fotogalerie

 
Handige links :: RSS
 

 
Forum (Populair) :: Nieuws
 
 
Copyright © 1999-2012 Heraut Media.

De werken op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd, bij verveelvoudiging van het werk is toestemming van de auteur nodig. Uitzondering hierop is het overnemen van nieuws, bronvermelding is daarbij verplicht. Uitingen van derden op deze site zijn niet per direct standpunten van Heraut Media. Dit is geen officiële Efteling website, deze vindt u hier.
Online: 144 gasten en 38 leden, totaal 182  
Dell Computers TheF4 - Piet Rullens Over Heraut Media